Naar inhoud naar top

Historiek, vlag en wapen van Heusden-Zolder

De gemeente Heusden-Zolder werd gevormd op 1 januari 1977 door de fusie van de zelfstandige gemeenten Heusden en Zolder. (Zie ook vlag en wapen beneden in het overzicht)

Heusden

In de 8ste eeuw was Heusden nog een woeste streek met weinig beschaving.  In het begin van die eeuw predikte St.-Willibrordus in onze streek.  Heusden vormde toen nog geen parochie maar behoorde samen met Beringen en Paal tot de bezittingen van St.-Adelardus (753-827), abt van de abdij van Corbie.

Van 929-962 werd de plaats “Husdinio” genoemd, wat gasthuis of hospitium betekent.

De benaming werd Hoesden (1098-1138), Heusden (1371), Huysden (1386) en later weer Heusden.

In de 14de eeuw werd Heusden tot parochie verheven.  Heusden was toen “tweeheerlijck”.  Het noordelijk gedeelte stond onder de rechtsmacht van Beringen, onder Loons recht.  Het zuidelijk gedeelte hoorde onder “Hauweyken”, dat afhing van de “heerlijckheid” Vogelsanck.  De tweeheerlijkheid van Heusden bleef bestaan tot in 1559, toen de goederen verkocht werden aan Godfried van Bocholt en al de bezittingen onder één bestuur gebracht werden.

Tijdens de Franse revolutie werden alle heerlijkheden afgeschaft en al de goederen aangeslagen.  Heusden werd onafhankelijk.  Door de ontdekking van de steenkool en de daaropvolgende ontginning ervan in de naburige gemeenten Zolder en Beringen, veranderde vanaf het begin van deze eeuw de aanblik van Heusden volledig.  De landelijke gemeente werd op korte tijd omgevormd tot een typische mijngemeente met talrijke woonwijken en een bloeiend handelscentrum.

(uit “gemeentelijk informatieblad Hauweijken” en uit “Geschiedenis van Heusden”)

 

Zolder

In de oertijd werden onze contrelen herhaaldelijk overstroomd door de zee.  De Bolderberg vormde de duinen.  De bevolking woonde in de uitgestrekte wildernis achter de Bolderberg. 

De vroegste benaming was Sueire (zure zandgrond), nadien werd het Suylre.  Tijdens de Franse overheersing werd het Soire, om dan uiteindelijk Zolder te worden.

Omstreeks het jaar 1000 begon de geschiedenis van het graafschap Loon.  Tot in 1241 hing Zolder rechstreeks af van de abdij van Herckenrode.  Het stond toen tienden af aan deze abdij.  Later stond Zolder onder de invloed van de Norbertijnenabdij van Averbode. 

Arnold I, graaf van Loon, deed afstand van het patronaat van Zolder in 1304, ten voordele van Averbode.  Volgens historische verhalen zou Hugo van Loon het kasteel van Vogelsanck gebouwd hebben en als bruidsschat gegeven hebben aan zijn dochter Mathilde van Loon.  In 1335 ging Zolder behoren tot de “heerlijckheid” Vogelsanck.  In 1366 ging het graafschap Loon over naar het prinsbisdom Luik en hing Zolder van Luik af.  De Biest, het driehoekig plein bij de kerk, zou van oudsher het middelpunt van de gemeente geweest zijn.  In 1793 werd de gemeente door de Franse bezetting in 6 secties verdeeld; het Dorp, Boekt, Bolderberg, Viversel, Stokrooi en Voort.

Na 1900 veranderde de aanblik van Zolder volledig.  In 1907 werd een naamloze vennootschap Kolenmijnen van Helchteren-Zolder opgericht.  In 1923 werd de eerste kolenlaag op 600 m diepte aangeboord en de volledige exploitatie begon in 1930. 

Vreemde arbeiders immigreerden.  De arme landbouwgemeente kreeg een nieuw uitzicht met arbeiderswijken, winkelhuizen en een versnelde herziening van de urbanisatie drong zich op.

(uit “Dorpsmonografie van de gemeente Zolder)

 

Zowel Heusden als Zolder waren kleine onbelangrijke dorpen op de scheiding van de Kempen en Haspengouw, waar tot in het begin van de 20ste eeuw alles bij het oude was gebleven. 

Maar het aanzien van beide gemeenten veranderde volledig na de ontdekking van de Limburgse steenkolen in 1901.  De ontginning van de mijn van Zolder startte in 1923.  Als gevolg hiervan verloor vooral Heusden zijn landelijk karakter en groeide het in enkele jaren uit tot een verstedelijkte gemeente met belangrijke scholen en een actieve handelskern.  De komst van vele buitenlandse werkkrachten in de mijn gaf de gemeente op korte tijd een multiculturele bevolking.  Aan de kolenontginning kwam echter definitief een einde in 1992.  Hiermee sloot de laatste mijn van de Benelux haar deuren.

Als gevolg van de mijnsluiting werd binnen het Limburgs reconversieplan gezocht naar nieuwe industrieën en arbeidsplaatsen.  Zo ontstonden diverse kleine industriezones langs het Albertkanaal en op de voormalige mijngronden. 

Niettegenstaande de mijn is de gemeente erg groen gebleven.  Zolder heeft inderdaad uitgestrekte bossen, reservaten en meren ongeschonden weten te bewaren.  Door de aanleg van het internationaal Circuit Zolder, de uitbouw van het domein Bovy (1972 – 2004) en de toeristische ontsluiting van het mijnerfgoed, koos Heusden-Zolder definitief voor een toeristische bestemming.  Vooral ook de goede wegeninfrastructuur hebben hiertoe sterk bijgedragen, m.n. de uitritten 27 “Zolder Terlaemen” en 28 “Heusden-Zolder” op de E314 Leuven-Aken en de ligging nabij het verkeersknooppunt van de E313 en de E314 te Lummen, met de uitrit “Zolder-Lummen Industrie”.

De Europese gedachte wordt in Heusden-Zolder levendig gehouden door o.a. gemeentelijke verbroederingen met de steden Bad Arolsen en Brilon in Duitsland, Hesdin in Frankrijk, Erdek in Turkije en Saint-Hubert in Belgisch Luxemburg.  Heusden-Zolder was de eerste Limburgse gemeente met het predikaat van “Europese gemeente”  Later werden daaraan toegevoegd “Groen vakantieoord, Sportgemeente en Kernwapenvrije gemeente”.

Heusden-Zolder, wordt vaak, niet zonder reden, het “Gastronomisch Mekka” van Limburg genoemd.  Uitstekende hotels en schitterende restaurants verzorgen hun klanten optimaal. Michelin en GaultMillau vonden hun weg reeds naar Heusden-Zolder.

Overzicht

Ontdek Heusden-Zolder

Bekijk het filmpje
Overnachten in Heusden-ZolderUiT in Heusden-Zolder